di30052017

Back Voorpagina Cultuur Magazine over kunst, cultuur en uitgaan Lezen en schrijven

Roman over politieagent in oorlogstijd relevant voor nu

Gerrit Hoogstraaten ontvang boek Bernard WeltenLEZEN EN SCHRIJVEN - Het verhaal van zijn opa als politieman in de oorlog liet zich pas schrijven toen hij koos voor een historische roman. Buurtbewoner Gerrit Hoogstraaten worstelde veertien jaar met zijn boek ‘Wat kan ons gebeuren’. Want hoe maak je de keuzes inzichtelijk van politiemannen die joden opbrengen? ‘Het gevoel van pijnlijk ongemak moet bij velen verschrikkelijk zijn geweest,’ zei oud-hoofdcommissaris Bernard Welten op de boekpresentatie in Oba Javaplein.

Door Hansje Galesloot | Beeld Sam Schuman en NIOD

Schrijver en theaterregisseur Gerrit Hoogstraaten (62) was tien jaar toen zijn opa overleed. Hij heeft dus nooit met hem gesproken over zijn gedrag in de oorlog. Wel hoorde hij later het een en ander via zijn vader, maar ‘die vertelde alleen de mooie verhalen’. Historisch onderzoek, met name in het dossier van de naoorlogse Zuiveringscommissie, bracht meer informatie aan het licht. Maar hierdoor werd het schrijfwerk ook meteen een lastige klus, want welke toon geef je mee aan je verhaal over een politieman die meebewoog met de nieuwe machthebbers?

Een historische roman geeft de mogelijkheid een psychologisch portret te maken van een individu met allerlei tegenstrijdige belangen en impulsen: het eigen hachie willen redden, nu eindelijk eens promotie willen maken, compassie met joodse collega’s die ontslagen worden, zorgen om de eigen zonen die dreigen naar Duitsland te worden uitgezonden. ‘Zoveel historie is beschreven vanuit de buitenkant, vanuit de grote lijnen. Ik wilde een levende persoon, die helemaal nog niet weet hoe het allemaal gaat aflopen en zijn afwegingen maakt,’ vertelt Hoogstraaten.

Gerrit Hoogstraaten ontvangt boek Bernard Welten

Wegkijkers en meelopers
Het maken van die afwegingen was niet zo makkelijk als het achteraf lijkt. In Amsterdam-Oost heeft zich een groot deel van de jodenvervolging afgespeeld. Wijken als Transvaal en Oosterpark waren in sterke mate joods. Het Polderwegterrein (toen deels een lege vlakte) en het Muiderpoortstation waren tussenstations op weg naar de vernietiging. Het ophalen van de joden gebeurde grotendeels ’s avonds, maar soms ook overdag. Buren en buurtgenoten waren er geregeld getuige van. Zo dook een aantal jaren geleden een foto op van een tram in de Wijttenbachstraat die volgepakt is met joden, ze hangen zelfs uit de open deuren. Niemand op straat neemt er enige notitie van. Op de stoep kuiert rustig een gearmd stel.

Het leidde tot een ingezonden brief in de Volkskrant van een oud-bewoner van Oost, die pleit voor het onderscheid tussen meelopers en wegkijkers: ‘Ofschoon ik toen tussen de 9 en 14 jaar oud was, kan ik me de transporten van joden door de Wijttenbachstraat nog goed herinneren. Ik woonde destijds in de Domselaerstraat. Als ik van school kwam en dat zag, keek ik weg, ofschoon ik amper weet had van wat er werkelijk met die mensen ging gebeuren. Waren mijn ouders en ik meelopers? Nee. Zij ergerden zich dood aan wat er gebeurde. Maar konden we iets doen? Nee, weinig of niets.’

Gerrit Hoogstraaten ontvangt boek Bernard Welten

Strategie van lijntrekken
Was het voor gewone Amsterdammers al lastig hun houding te bepalen, voor politiemannen was het helemaal ingewikkeld. Van hen werd verwacht dat ze hand- en spandiensten verleenden bij het opbrengen van joden en dat ze meehielpen met het opsporen van verzetsstrijders. Wie niet mee wilde werken, werd bedreigd met ontslag en vervolgens uitzending naar Duitsland. Als een politieman onderdook, werd zijn familie in gijzeling genomen en naar kampen gestuurd. In die omstandigheden kwamen anti-Duitse politiemannen niet verder dan een strategie van lijntrekken en hier en daar een oogje dichtknijpen. Pas toen Duitsland aan de verliezende hand was, kozen steeds meer agenten voor medewerking aan het verzet, deels uit overtuiging, maar deels ook om naoorlogse zuivering te ontlopen.

‘Het heeft lang geduurd voor de politie het eigen handelen tijdens de bezetting onder ogen heeft durven zien,’ stelde oud-hoofdcommissaris Bernard Welten nadat hij het eerste exemplaar van Hoogstraatens boek in ontvangst had genomen. In 2008 liet Welten een gerenoveerd politiebureau in Amsterdam-West vernoemen naar Jan van den Oever, de enige Amsterdamse politieman die heeft geweigerd mee te werken aan de jodendeportaties.

‘Ik vond destijds dat iedereen het verhaal over Jan van den Oever moest kennen. We leven in een tijd waarin wederom onderlinge ongelijkwaardigheid op de loer ligt. Dienders worden geacht waakzaam en dienstbaar te zijn aan de waarden van de rechtsstaat. Te snappen wat vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid betekenen. Maar als je het geen gezicht geeft, blijven het woorden. Woorden die verdampen. Met de opening van het gebouw van Jan van den Oever snapten de meeste dienders wel welk punt ik probeerde te maken. Maar in een boek als Wat kan ons gebeuren gaat het niet meer over snappen, maar vooral over voelen. Het ongemak voelen. Het doet zeer als je begrijpt hoe allemachtig ingewikkeld de positie van politiemensen in die tijd moet zijn geweest.’

Gerrit Hoogstraaten ontvangt boek Bernard Welten

‘Die was nat’
In de pauze van de boekpresentatie vertelt mijn bejaarde buurman dat hij dertig jaar bij de Amsterdamse politie heeft gewerkt. Hij kwam in 1955 in dienst. Kwam de oorlog toen nog weleens ter sprake? ‘O ja, het ging er juist vaak over! “Die was nat” werd gezegd over iemand die echt fout was geweest in de oorlog, die bijvoorbeeld bij de NSB had gezeten. Of: “Die heeft joden opgebracht.” Dus ja, het leefde toen nog sterk.’

Thuisgekomen lees ik in de geschiedeniscanon van de Nederlandse politie dat de houding in oorlogstijd nog tot in de jaren tachtig een splijtzwam was in het politiekorps. Hoe verhoudt zich dat tot Weltens constatering dat het lang heeft geduurd voordat de politie het eigen optreden in de bezettingsjaren onder ogen is gaan zien? Het lijkt erop dat wel met een zekere graagte werd gewezen naar ‘foute’ collega’s, maar dat de grote vraag daarachter niet werd gesteld: hoe heeft het kunnen gebeuren dat honderdduizend joden uit Amsterdam zijn weggevoerd, met hulp van de Amsterdamse politie en zonder enig noemenswaardig protest daartegen?

Reflectie, juist ook door de politie zelf, is belangrijker dan het vellen van gemakkelijke oordelen achteraf. Dat is de teneur van Hoogstraatens boek en het was ook de rode draad van Weltens betoog. ‘Hedendaagse politici lopen met hun uitspraken soms langs de rand van de rechtsstaat en daarom is waakzaamheid geboden,’ aldus Welten. ‘Niet iedereen voelt voldoende aan wat er maatschappelijk soms dreigt te gebeuren. Juist om niet verrast te worden is dit boek voor iedereen een aanrader. Voor dienders in het bijzonder!’

Gerrit Hoogstraaten, Wat kan ons gebeuren. Brainbooks, € 19,99.

Gerrit Hoogstraaten ontvangt boek Bernard Welten

 

 

Boeken in de buurt

 
 

Zelfstandige boekhandels

Java Bookshop
Javastraat 145,
telefoon 020 463 4993

Linnaeus Boekhandel
Middenweg 29, 1098 AB,
telefoon 020 468 7192

Boekhandel Van Pampus
KNSM-Laan 303, 1019 LE, telefoon 020 419 3023

Pantheon Boekhandel
Sint Antoniesbreestraat 132, 1011 HB,
telefoon 020 622 9488

Oba - Openbare Bibliotheek Amsterdam
Indische Buurt
Javaplein 2, 1094 HW,
telefoon 020 668 1565
Linnaeus
Linnaeusstraat 44, 1092 CL,
telefoon 020 694 0773


AKO
Christiaan Huygensplein 25, 1098 RA,
telefoon 020 694 2641

Bruna- Boekhandel
IJburglaan 561, 1087 BS,
telefoon 020 416 0918

Oostelijke Handelskade 1061, 1019 BW,
telefoon 020 419 7264

Amstelstation, Julianaplein 1, 1097 DN,
telefoon 020 693 9563

Waldenlaan 3, 1093 NH
telefoon 020 767 0062

 
         
Onafhankelijke website met nieuws en informatie voor en door mensen die wonen, werken en studeren tussen Amstel en IJ

Bijdragen en contact 
redactie@oost-online.nl | Copyright 2015 oost-online | All rights reserved | Disclaimer |